G1 -fase

G1fase

Periode in de interfase van de celcyclus tussen de M-fase en de S-fase. Je kunt het vergelijken met de puberteit. In de G1-fase vindt plasmagroei plaats. Een cel van de mens in de G1-fase van de celcyclus bevat 46 strengen langgerekt DNA.  

G2 -fase

G2fase

Periode in de interfase van de celcyclus tussen de S-fase en de M-fase. In deze fase vormen er extra membranen en extra andere organellen. De G2-fase zorgt ook voor de controle van het gekopieerde DNA. In de G2 fase van de celcyclus bevat de celkern van een mens 92 strengen DNA omdat in de S-fase […]

Gal

Gal

Gal wordt geproduceerd door de lever, en opgeslagen in de galblaas. Gal wordt geproduceerd uit afvalstoffen van de lever en bevat galkleurstoffen en galzouten. Gal zorgt voor het emulgeren van vetten in de 12-vingerige darm en de dunne darm, waardoor de spijsverteringsenzymen beter kunnen inweken op het vet. Een deel van de gal, en de […]

Galblaas

Gal

Zakje onderaan de lever. In de lever geproduceerd gal wordt tijdelijk opgeslagen in de galblaas. Als er een voedselbrij de twaalfvingerige darm in komt wordt de inhoud van de galblaas geloosd in de 12-vingerige darm. Gal emulgeert vetten.

Galgang

Galgangen

De centrale afvoergang van gal tussen de galblaas en de twaalfvingerige darm. De galgangen lopen tussen de gal producerende cellen door. De levercellen die gal produceren geven het gal af aan deze galgangen. deze galgangen verzamelen zich tot steeds dikkere gangen. Op de hoek van het leverlobje bevindt zich uiteindelijk de poortader, de leverslagader, en […]

Galkleurstoffen

Bij de afbraak van dode rode bloedcellen in de cellen van de lever ontstaan galkleurstoffen die via de galgangen worden afgevoerd naar de galblaas. Galkleurstoffen geven de ontlasting een geelbruine kleur.

Galzouten

Galzouten

Door de galzouten in de gal worden vetten geëmulgeerd en ontstaan micellen (kleine vetblaasjes). Het contactoppervlakte voor de vet verterende enzymen en het vet wordt hierdoor groter, waardoor de vetten makkelijker verteerbaar zijn.

Gameet

Gameet

Gameten zijn voortplantingscellen van organismen die zich geslachtelijk voortplanten. Zaadcellen van de man en de eicel van de vrouw zijn voorbeelden van gameten. De stuifmeelkorrels van de planten zijn ook gameten. Gameten ontstaan na reductiedeling (meiose) en bevatten een gereduceerd (gehalveerd) aantal chromosomen.

Gameten

Gameten

De geslachtscellen (eicellen en zaadcellen). Gameten zijn altijd haploïde cellen. Gameten van de mens bevatten 23 strengen DNA. De zaadcellen van de man worden geproduceerd in de teelballen onder invloed van FSH. De eicellen van de vrouw worden geproduceerd in de ovaria (eierstokken). Ook onder invloed van FSH.  

Gastheer

Gast

Een organisme dat een ander organisme met zich meedraagt noemen we de gastheer. Vaak in een parasitaire relatie. De parasiet heeft baat bij de relatie, de gastheer heeft last van de relatie.