Genoommutaties

Mutaties waarbij het aantal chromosomen in een cel is veranderd. Bijvoorbeeld trisomie-21 waarbij er drie chromosomen van nummer 21 zijn. Bij chromosoommutaties zijn er stukjes chromosoom te weinig of teveel. Bij puntmutaties hebben er kleine veranderingen plaatsgevonden in de basenvolgorde.
Genotype
Alle genen van een individu. Het genotype van iemand ligt op het DNA en is het geheel van erfelijke eigenschappen. het genotype van het individu komt tot stand op het moment dat een eicel bevrucht wordt door een zaadcel.
Genregulatie

Genexpressie. Het aan- of uitzetten van een genen. Belangrijke mechanismen zijn m-RNA-interferentie en DNA-methylering. In beide gevallen kan de cel niet meer bij de erfelijke informatie op het DNA en vindt er geen eiwitproductie plaats. Het gen komt niet tot expressie. Het gen dus niet werkzaam.
Gentechnologie

Met behulp van de gentechnologie zijn genen te identificeren, te isoleren en te kloneren. Daardoor is het mogelijk om DNA-fragmenten opnieuw te combineren in het lichaam van het gastorganisme. De techniek van het overbrengen van (een) gen(en) met daarop een erfelijke eigenschap van een organisme naar een ander organisme noemt men recombinant DNA techniek. Men […]
Geografische isolatie

Afzondering van anderen van dezelfde soort. Door geografische isolatie kunnen individuen van een soort niet meer met elkaar paren, blijven mutaties in de deelpopulaties en kunnen er nieuwe soorten ontstaan door geografische isolatie. Het ontstaan van nieuwe soorten wordt versterkt indien de milieus in beide gescheiden populaties sterk verschilt.
Geritualiseerd gedrag
Handelingen of gedragselementen van een dier die oorspronkelijk een bepaalde functie hadden en nu geen fysiologische waarde meer hebben.
Geslacht
Het feit dat je een man of vrouw bent.
Geslachtelijke voortplanting

Reproductie waarbij twee ouderlijke individuen betrokken zijn en waarbij samensmelting plaatsvindt tussen gameten (geslachtscellen). Bij geslachtelijke voortplanting ontstaan unieke individuen, met unieke combinatie van genen en unieke fenotypische verschijningsvormen.
Geslachtelijke voortplanting (voordelen)

Geslachtelijke voortplanting in de natuur is belangrijk om drie redenen: the good, the bad and the ugly The good: Organismen die zich geslachtelijk voortplanten hebben een grotere genetische variatie en zijn beter gewapend tegen milieuveranderingen. The bad: Bij geslachtelijke voortplanting worden slechte mutaties van een gen uitgewisseld tegen of gecompenseerd door een […]
Geslachtscellen

Haploïde (n) cellen die nodig zijn bij geslachtelijke voortplanting. Haploïde cellen bevatten maar 23 strengen DNA (chromosomen). Voorbeelden van geslachtscellen zijn eicellen en zaadcellen. Bij versmelting van de zaadcel en de eicel ontstaat er een diploïde (2n) zygote met weer 46 strengen DNA.