Het bloedvatenstelsel van de mens bestaat uit het hart en de bloedvaten. De functie van het bloedvatenstelsel is om bloed rond te pompen door het gehele lichaam, zodat alle cellen en weefsels van het lichaam worden voorzien van zuurstof en brandstoffen. Ook kunnen de cellen afvalstoffen zoals koolstofdioxide afgeven aan het bloed. Door de bloedsomloop worden deze afvalstoffen afgevoerd van de weefsels en uitgescheiden uit het lichaam.
De mens heeft een dubbele bloedsomloop. Dit houdt in dat bij een volledige rondgang door het lichaam het bloed twee keer door het hart heen moet. Deze dubbele bloedsomloop bestaat schematisch gezien uit twee cirkels van bloedvaten. Er is een kleine cirkel die vanaf het hart naar de longen loopt en weer terug naar het hart. Deze kleine cirkel noemen we de kleine bloedsomloop. Er is ook een grote cirkel die vanaf het hart naar alle organen van het lichaam loopt en vanuit de organen weer terug naar het hart. Deze cirkel noemen we de grote bloedsomloop. De kleine bloedsomloop heeft als belangrijke functie koolstofdioxide afgeven aan de longen en in dezelfde longen zuurstof opnemen in het bloed. De grote bloedsomloop heeft als belangrijkste functie het brengen vaan zuurstof naar alle weefsels en organen van het lichaam en het afvoeren van afvalstoffen vanuit deze organen.
DE MOEILIJKE DELEN VAN DE BLOEDSOMLOOP
BiNaS Afbeelding 84A geeft mooi aan hoe het bloed door het lichaam stroomt. Over het algemeen is de stroomrichting en de bloedvaten waar het bloed doorheen stroomt makkelijk te bepalen, door gewoon de pijlen in afbeelding 84A te volgen.
Een aantal delen van de bloedsomloop zijn echter iets ingewikkelder.
POORTADER
De poortader vervoert zuurstofarm bloed vanaf het spijsverteringskanaal richting de lever. Deze lever ontvangt ook nog eens zuurstofrijk bloed van de leverslagader. Er stromen dus twee bloedvaten naar de lever toe. Zuurstofarm bloed verlaat de lever via de leverader. Deze leverader zit aangesloten op de onderste holle ader. Alle aders van organen uit de buikholte en benen zitten aangesloten op deze onderste holle ader.
ONDERSTE HOLLE ADER
De onderste holle ader brengt zuurstofarm bloed terug naar de rechter boezem van het hart. De bovenste holle ader brengt zuurstofarm bloed terug van hoofd en armen naar de rechter boezem van het hart. De bovenste holle ader en onderste holle ader komen dus beide uit in de rechter boezem van het hart. Maar bovenste- en onderste holle ader “fuseren” dus niet met elkaar.
In de onderstaande afbeelding is het verloop van het bloed rond de lever en de bovenste- en onderste holle ader goed te bestuderen.
Een video over het hart en de grote en kleine bloedsomloop is hiernaast te bekijken.
Als je wilt oefenen op het niveau van het havo-examen met de bloedstroom door het lichaam van de mens, klik dan op de knop DT Bloedsomloop hier rechts. Pak voor betere resultaten je biologieboek erbij met een goede afbeelding van de bloedsomloop. Succes met het oefenen met de bloedsomloop.