Regeling

In dit thema leer je hoe je lichaam het inwendig milieu constant houdt met behulp van hormonen en zenuwen.

 

Autonome zenuwstelsel (vegetatieve zenuwstelsel) 

Het zenuwstelsel van de mens is volgens onderstaande afbeelding in te delen in een autonoom deel en in een animaal deel. De motorische zenuwcellen van zowel het autonome zenuwstelsel als het animale zenuwstelsel zetten spieren en klieren aan tot actie, of zetten deze organen juist aan tot inactiviteit. Maar wat is dan het verschil tussen beide zenuwstelsels.

88BaangepastdoorBRB 

Animale zenuwstelsel
De motorische zenuwen van het animale zenuwstelsel worden aangestuurd door de motorische schors van de grote hersenen. De motorische zenuwen van het animale zenuwstelsel staan dus onder invloed van de wil. De motorische zenuwen van het animale zenuwstelsel sturen skeletspieren, dwarsgestreept spierweefsel, aan. Met behulp van de motorische zenuwen van het animale zenuwstelsel maakt het organisme bewuste bewegingen. De sensorische zenuwcellen van het animale zenuwstelsel vangen prikkels op uit het milieu van het organisme. Via deze sensorische zenuwen komen de impulsen van sensorische animale zenuwcellen aan in de verschillende schorsvelden van de grote hersenen. Het organisme wordt zich dan bewust van een prikkel, en kan daar dan ook bewust via motorische zenuwen op reageren. Het animale zenuwstelsel zorgt dus samen met de schors van de grote hersenen voor bewustwording en bewuste reacties.

indeling in de zenuwstelsels 

Autonome zenuwstelsel
De motorische zenuwen van het autonome zenuwstelsel sturen als effectoren ook spieren en klieren aan. Echter worden de motorische zenuwen van het autonome zenuwstelsel niet aangestuurd door de schors van de grote hersenen, maar door de hersenstam. Motorische zenuwen uit het autonome zenuwstelsel sturen glad spierweefsel rondom, of verwerkt in de organen aan. De aansturing vanuit de hersenstam gaat onbewust en staat niet onder invloed van de wil. Er is hier sprake van reflexen.
De sensorische zenuwen van het autonome zenuwstelsel monitoren het inwendig milieu. Impulsen vervoerd door deze sensorische zenuwen komen niet aan in de hersenschors, maar in de hersenstam. In de hersenstam “wordt bepaald” welke acties moeten worden ondernomen en welke effectoren (spieren of klieren) moeten worden aangestuurd. Ook dit proces van aansturen gaat buiten de wil om. Ook dit is een reflex.

Het autonome zenuwstelsel is opgebouwd uit een orthosympatisch deel en uit een parasympatisch deel. Het autonome zenuwstelsel regelt vele processen waar je je niet bewust van bent en waar  de meeste mensen ook geen invloed op uit kunnen oefenen. Zo wordt de werking van de inwendige organen, de hartslag, het hormoonstelsel, de bloeddruk en de ademhaling geregeld door het autonome deel van het zenuwstelsel. Het orthosympatisch zenuwstelsel stuurt het lichaam aan als er activiteit van het lichaam wordt verwacht. Het parasympatisch zenuwstelsel stuurt het lichaam en de organen aan als het lichaam moet herstellen.

In de onderstaande afbeelding is goed te zien welke invloed het ortho- en het parasympatisch deel van het autonome zenuwstelsel op de organen en het lichaam hebben. Het orthosympatisch deel van het zenuwstelsel zorgt ervoor dat het lichaam arbeid kan verrichten. Het zorgt er onder andere voor dat de hartslag omhoog gaat, de ademhaling toemeemt, dat de hoeveelheid glucose in het bloed toemeemt en dat de spijsvertering min of meer komt stil te liggen. Het parasympatisch zenuwstelsel heeft een tegenovergestelde invloed. Het verlaagt de hartslag, ademfrequentie en de glucoseconcentratie in het bloed. Maar het stimuleert juist de vertering van je voedsel en de opbouw van glycogeen. Het parasympatisch zenuwstelsel zorgt ervoor dat er meer opbouw is dan afbraak. Meer assimilatie dan dissimilatie. Het parasympatisch zenuwstelsel zorgt voor herstel. Het orthosympatisch zenuwstelsel stimuleert de dissimilatie. Er is meer afbraak dan opbouw.

 Ortho en parasympatischze nuwstelsel