De celmembraan

De celmembraan uit de buitenste begrenzing van de levende cel. Alle stoffen die de cel in moeten, of de cel uit moeten, moeten door het membraan. Het membraan selecteert welke stoffen door erdoor mogen en welke stoffen niet. het membraan is dus selectief doorlaatbaar of semi-permeabel.

membraan

De celmembraan is hoofdzakelijk opgebouwd uit fosfolipiden. Fosfolipiden bestaan uit een hydrofiele kop en hydrofobe staartjes. In de waterige omgeving van de cel formeren de fosfolipiden zich zodanig dat de hydrofobe staartjes tegen elkaar aanliggen, weg van het water. De hydrofiele kopjes zitten aan de buitenkant, lekker in het waterige milieu van de cel. Op basis van de eigenschappen van de fosfolipiden wordt de membraan opgebouwd uit een dubbellaag fosfolipiden. De celmembraan is geen vast vlies. Er zit beweging in, de membraan kan golven. Vergelijk de membraan van de cel met een boterhamzakje gevuld met water.

Een biologielessen podcast op Spotify over de celemembraan is hieronder te beluisteren.

spotifylogo

In de membraan zitten ook vele eiwitten. Deze eiwitten worden door de cel zelf geproduceerd door de ribosomen het endoplasmatisch reticulum en het golgisysteem. Het golgisysteem geeft de membraaneiwitten de eindbestemming. Eiwitten die in de membraan van de cel terecht moeten komen worden door het golgisysteem op een aparte manier verpakt. Niet in een transportblaasje, maar in de membraan van het transportblaasje.

membraaneiwittentransport

Als het transportblaasje dan fuseert met de membraan komen de eiwitten in de membraan terecht. De membraan eiwitten hebben vele functies. Membraaneiwitten worden door de cel naar behoefte geproduceerd of verwijderd.

Membraantransport

 functiesmembraaneiwitten

Darmcellen hebben vele transporteiwitten om voedingsstoffen uit het spijssverteringssysteem op te nemen in het lichaam. Een video over de uitleg van een membraantransport-eiwit in de wand van de dunnedarm is  hieronder te bekijken.