Erfelijkheid

In dit thema leer je hoe erfelijke eigenschappen doorgegeven worden van generatie op generatie.

 

Dominant en recessief

Allelen van erfelijke eigenschappen kunnen dominant zijn of recessief. Als in een organisme een dominant allel en een recessief allel voor één eigenschap samenkomen, dan komt in dat betreffende organisme altijd het dominante allel tot uiting in het uiterlijk (fenotype) van het organisme. je kunt ook zeggen: het dominante allel speelt de baas over het recessieve allel. Voor de erfelijke eigenschap huidskleuren zijn vele allelen bekend, maar laten we net even doen alsof er één allel is voor een bruine huidskleur en één allel voor een lichte huidskleur. Stel; een donkere vader die op zijn homologe chromosomen twee keer het allel voor donkere huidskleur heeft, kruist met een vrouw met op haar homologe chromosomen twee keer het allel voor een lichte huidskleur. Alle kinderen die uit deze kruising zullen worden geboren zullen op hun homologe chromosomen één keer het allel voor donkere huid van pa hebben en één keer het allel voor lichte huid van ma hebben gekregen. Echter alle geboren kinderen uit dit huwelijk zullen een donkere huid hebben. Dit komt omdat het allel voor een donkere huid de baas speelt over het allel voor een lichte huid. het allel voor een donkere huid is dominant over het allel voor een lichte huid. Je kan ook zeggen; het allel voor een lichte huid is recessief ten opzichte van het allel voor een donkere huid.

Dominantenrecessief

In de erfelijkheid geef je erfelijke eigenschappen en de daarbij behorende allelen aan met een letter. Het dominante allel geef je altijd aan met een hoofdletter, het recessieve allel geef je altijd aan met een kleine letter.

Strijdendeallelendominantenrec2