Waarneming en regeling

In dit thema leer je met welke zintuigen een organisme prikkels uit zijn milieu kan opvangen en hoe een organisme reageert op deze prikkels.

 

Reageren op prikkels

Alle organismen op aarde zijn in staat prikkels uit het milieu op te vangen en op deze prikkels goed te reageren. Zo’n reactie van een organisme op een prikkel uit het milieu van het organisme noem je gedrag. Organismen zijn gevoelig voor lichtprikkels, geluidsprikkels, geurprikkels, smaakprikkels, warmteprikkels, koude prikkels, tastprikkels en drukprikkels. Het organisme is in staat deze prikkels uit zijn omgeving waar te nemen met speciale cellen: de zintuigcellen. Deze zintuigcellen bevinden zich vaak in speciale organen, de zintuigen. Opgevangen prikkels worden in de zintuigcellen omgezet in een soort elektrische stroompjes. Impulsen. Via de zenuwen worden deze impulsen naar de hersenen vervoerd. In de hersenen wordt je je bewust van de opgevangen prikkel uit je omgeving. Organismen reageren in de regel snel en efficiënt op een prikkel uit het milieu. Zo’n reactie op een prikkel wordt veroorzaakt door spieren of klieren. Een reactie op een prikkel noemen we gedrag.

Reagerenopprikkels

De zintuigcellen in de zintuigen kunnen geprikkeld worden door prikkels uit het milieu. Echter niet alle prikkels kunnen worden waargenomen. Sommige prikkels zijn gewoon te zwak om door zintuigcellen te kunnen worden opgevangen. Als je één kristalletje suiker oplost in een groot glas water zal je de zoete smaak van het suiker zeker niet proeven, ook al zit er zoetige suiker in het water opgelost. De smaakprikkel is gewoon niet sterk genoeg. De prikkel zit onder de drempelwaarde van het zintuig. Los je een heel klontje suiker op in een groot glas water, dan smaakt dat zeker zoet. De smaakprikkel in nu groter dan de drempelwaarde van de smaakzintuigen in de tong. De hoogte van de drempelwaarde van het zintuig bepaalt dus hoe gevoelig het organisme voor een bepaalde prikkel is. Vele organismen, zoals de honingbij en de hond hebben reukzintuigcellen met een heel lage drempelwaarde voor bepaalde geuren. Vanwege de lage drempelwaarde worden honden ingezet om mensen op te sporen die verstopt zitten in containers voor mensensmokkel of om drugs op te sporen dat in vaten verstopt zit.

drempelwaarde

De drempelwaarde voor geur kan per individu sterk verschillen. In de diagram hieronder zie je dat een hond en een bij in vergelijking met de mens minder geurstoffen nodig hebben om de geur te kunnen ruiken (waarnemen).

Drempelwaarde

In de zintuigcellen ontstaan onder invloed van prikkels uit het milieu impulsen. Impulsen zijn een soort van elektrische stroompjes. Deze impulsen worden via gevoelszenuwen vanaf het zintuigcel naar de hersenen gevoerd. Als impulsen aankomen in de hersenen wordt je je bewust van de prikkel en van de omgeving waarin je verblijf. Alle organismen reageren op prikkels vanuit het milieu. Een reactie op een prikkel noemen we gedrag. Om te reageren op een prikkel heeft het organisme spieren en klieren tot zijn beschikking. Vanuit de hersenen worden via motorische zenuwen de spieren of klieren aangestuurd als reactie op een prikkel. De hersenen en het ruggenmerg behoren tot het centrale zenuwstelsel. De motorische zenuwen en sensorische zenuwen behoren tot het perifere deel van het zenuwstelsel.

 Centraalzenuwstelselenzintuigen2