Milieufactoren

Abiotischefactoren

Factoren uit de niet-levende natuur die van belang zijn voor het leven van een organisme, en die het leven van het organisme beïnvloeden. Milieufactoren worden ook wel abiotische factoren genoemd (factoren zonder leven).  

Migratie

Migratie

Verplaatsing van organismen van hun oorspronkelijke leefomgeving naar een nieuw  gebied. Migraties kunnen cyclisch voorkomen. Vogels migreren jaarlijks van koude gebieden naar warmere gebieden en van voedselarme gebieden naar voedselrijke gebieden.

Microklimaat

Macroklimaat

Het klimaat in een heel beperkt begrensd gebied. Bijv. in de humuslaag in het bos, of onder struiken. Het microklimaat kan erg afwijken van het macroklimaat. Elk plekje van het ecosysteem heeft zijn eigen specifieke microklimaat.

M-fase

M fase

Periode na de interfase (tussen de G2- en de G1-fase), waarin de daadwerkelijke celdeling plaatsvindt. De M-fase kan bestaan uit één mitotische celdeling of twee meiotische celdelingen. Na de m-fase is er uit één moedercel twee of meerdere dochtercellen ontstaan.  

Menstruatiecyclus

Vindt plaats tussen de puberteit en de menopauze. Het duurt gemiddeld 28 dagen tot de start van een nieuwe cyclus. Tijdens de cyclus wordt het lichaam voorbereid op een mogelijke zwangerschap.

Menstruatie

Menstruatie

Bij de vrouw in en na de puberteit maandelijks bloedverlies uit de vagina vanwege afgebroken baarmoederslijmvlies. We noemen het ook wel ongesteldheid. Menstruatie vindt plaats door een gebrek aan progesteron in de bloedbaan van de vrouw. Progesteron wordt geproduceerd door het Gele lichaam. Als de vrouw niet zwanger is gaat het Gele lichaam ten gronde […]

Mendel, Gregor

Mendel

Gregor Mendel is de grondlegger van de moderne genetica. Mendel bestudeerde in het klooster door middel van kweekproeven de overerving van eigenschappen van onder andere erwten en stelde een theorie op over hoe eigenschappen zich gedragen bij overerving en kruising. Hij ging er hierbij vanuit dat de eigenschappen van gameten kunnen worden beschouwd als vaste […]

Membraan, semi-permeabel

Celmembraan

De membraan laat niet alle stoffen gewoon doorgaan. Hydrofobe stoffen zoals hormonen, gassen en water kunnen moeiteloos door de fosfolipenlaag. Ionen, grote polaire stoffen en grote moleculen kunnen niet door de membraan heen. Met behulp van de celmembraan bepaalt de cel welke stoffen de cel wel, en welke stoffen de cel niet, in of uit […]

Membraan

Celmembraan

Buitenste begrenzing van de cel en alle organellen. De membraan is opgebouwd uit fosfolipiden met daarin drijvend vele eiwitten met specifieke functies. De membraan is “vloeibaar als een boterhamzakje met water ” en zorgt dus niet voor stevigheid. De membraan in selectief permeabel. De membraan laat sommige stoffen wel door en andere stoffen niet.

Melkzuur

Melkzuur

Product van de anaerobe (zonder zuurstof) dissimilatie in de spieren. In de spieren kan glucose zonder zuurstof worden afgebroken (gedissimileerd) tot melkzuur. Hierbij komt energie vrij in de vorm van ATP. Melkzuur veroorzaakt in de dagen na de inspanning de spierpijn. De moleculen melkzuur die ontstaan bij de anaerobe dissimilatie worden uit de spieren afgevoerd naar de […]