Meiose 2

MeioseIIvrouw

Tweede en laatste meiotische deling. Na de tweede meiotische deling zijn er uiteindelijk vier haploïde (n) gameten ontstaan uit een diploïde cel. Bij de man ontstaan er in de meiose I en II uit een diploïde cel vier zaadcellen. Bij de vrouw ontstaan er uit een diploïde cel een haploïde eicel en drie poollichaampjes (afvalbakjes […]

Meiose 1

MeioseI

Eerste van de twee meiotische delingen. Na één meiotische deling zijn er uit een diploïde cel (2n) met 46 chromosomen twee haploïde (n) dochtercellen met 23 chromosomen ontstaan.     

Meiose

Meiose

Celdeling waarbij uit een diploïde cel (46 chromosomen), haploïde geslachtscellen (23 chromosomen) ontstaan. Er ontstaan tijdens de meiose vier verschillende dochtercellen, die allemaal een unieke combinatie van erfelijke eigenschappen bezitten. De meiose wordt ook wel reductiedeling genoemd. In het lichaam van de vrouw ontstaan tijdens de meiose eicellen. In het lichaam van de man ontstaan tijdens […]

Mechanische vertering

Mechanische vertering

Voedingsmiddelen worden in ons lichaam verteerd. Deze vertering gebeurt chemisch en mechanisch. Chemische vertering is afbraak door enzymen. Mechanische vertering gebeurt met behulp van het gebit en de knedende bewegingen van het spijsverteringsstelsel.  

Mechanische receptoren

mechanischereceptoren

Zintuigcellen in de huid die gevoelig zijn voor aanraking (tast), druk of zwaartekracht. In de huid zitten vele zintuigen die het lichaam informatie verschaffen over de omstandigheden in het milieu.  

Macroklimaat

Macroklimaat

Een groot gebied op aarde, waarbinnen  (vrijwel) hetzelfde klimaat heerst. Het klimaat is het gemiddelde van de temperatuur en neerslag gedurende een periode van 30 jaar. In het macroklimaat zijn vele microklimaten te vinden waar de omstandigheden veel anders kunnen zijn dan in het macroklimaat.

Macrofagen

Macrofaag

Lymfocyten die verantwoordelijk zijn voor de niet-specifieke afweer. Een macrofaag (grote eter) fagocyteert pathogenen en wordt dan een APC (Antigen Presenting Cel). Via deze APC wordt het specifieke deel van het afweersysteem geactiveerd.  

Lysosomen

Lysosoom

Blaasjes die afgesplitst worden van het Golgi-apparaat. Lysosomen bevatten enzymen die vreemde deeltjes, stoffen of micro-organismen of voedsel die de cel binnen zijn gedrongen kunnen afbreken. Ook worden de lysosomen gebruikt om kapotte celorganellen af te breken.

Lymfeknopen

Lymfeknoop

Onderdeel van het lymfevatenstelsel. Lymfeknopen zijn verzamelplekken voor lymfevaten. Het grootste deel van het afweersysteem (witte bloedcellen) verblijft in de lymfeknopen.

Lymfesysteem

Lymfevatenstelsel

Het lymfevatenstelsel is eigenlijk een soort extra bloedsomloop. Weefselvloeistof dat niet terugstroomt de bloedbaan in, komt terecht in de lymfevaten en vormt daar lymfevloeistof. Lymfevloeistof dat door de weefsels is gestroomd bevat veel afvalstoffen en koolstofdioxide. Lymfevloeistof voert via de borstbuis via de bovenste holle ader weer terug naar het bloed. Veel witte bloedcellen verblijven […]