Lens

Lens

Transparant onderdeel van het oog dat zich bevindt achter de pupil en ervoor zorgt dat het licht zodanig gebroken wordt dat je scherp kunt zien. De lens is bol als je een boek leest en plat als het voorwerp ver weg is. Het bol en plat worden van de les noemen we accommoderen.

Leervermogen

Het vermogen van een mens of dier tot effectieve gedragsverandering gebaseerd op eerdere ervaringen. Ander woord: intelligentie.

Leerprocessen

Een proces waarbij een dier of mens wat leert. Enkele voorbeelden zijn: gewenning, trial and error, imitatie, inprenting, conditioneren (klassiek en operante), inzicht.

Landplanten

Planten op het land. Hebben aan de buitenkant van de bladeren een waslaagje om uitdroging te voorkomen. Vaak aan de onderkant van de bladeren huidmondjes. Met deze huidmondjes nemen de planten koolstofdioxide op uit de lucht en geven ze zuurstof af aan de lucht. Landplanten zijn vaak stevige planten veroorzaakt door houtstoffen in de cellen. […]

Landdieren

Dieren die op het land leven. Landdieren halen adem met longen en eileggende landdieren leggen eieren met een harde kalkschaal die voorkomt dat de eieren uitdrogen.

Kunstmest

Mengsel van anorganische stoffen die planten nodig hebben en gemakkelijk opnemen en via de assimilatie en de voortgezette assimilatie kunnen omzetten in organische stoffen.

Kunstmatige inseminatie

Inseminatie

Sperma van donor stieren met gunstige eigenschappen wordt ingebracht in de baarmoeder van de koe waardoor deze zaadcellen eicellen kunnen bevruchten. Hierdoor hopen de kwekers dat er nageslacht ontstaat met de door de kweker gewenste eigenschappen. 

Kunstmatige immuniteit

KunstmatigeImmuniteitactief

Wanneer een individu op een kunstmatige manier wordt geïnfecteerd met een verzwakte of gedode ziekteverwekker (vaccinatie), waardoor het immuunsysteem geactiveerd wordt en de betreffende persoon actief immuniteit verwerft tegen de ziekteverwekker. Bij het toedienen van een serum ontvangt een individu antistoffen tegen de ziekteverwekker.

Kruising, monohybride

Mono staat voor één. Bij een monohybride kruising wordt op één erfelijke eigenschap gelet.

Kruising, dihybride

Gekoppeldeovererving

Di staat voor twee. Bij een dihybride kruising wordt op twee verschillende eigenschappen gelet. Als beide eigenschappen op één chromosomenpaar ligt spreken we van gekoppelde overerving. Als beide erfelijke eigenschappen verdeeld liggen over twee chromosomenparen dan is er sprake van onafhankelijke overerving.