Filamenten

Eiwit-draad in spiervezels. Bij contractie schuiven filamenten in elkaar. Als de actine en myosine filamenten over elkaar heen schuiven dan wordt de spiervezel korter, dikker en harder. In de spiervezels zorgen de actine- en myosine filamenten voor de spiercontractie.
Fibrine

Een bloedstollingseiwit in het bloedplasma dat een belangrijke rol speelt bij de normale wondgenezing en bloedstolling. Fibrine komt als inactief en oplosbaar fibrinogeen voor in de bloedsomloop. Als er een wond ontstaat dan wordt onder invloed van een cascade van reacties in het bloed protrombine omgezet in trombine. Het trombine zorgt er uiteindelijk voor dat het inactieve, en oplosbare fibrinogeen omgezet wordt in het actieve […]
Fenotype

Verzameling van alle waarneembare kenmerken van een individu. Ook wel uiterlijk genoemd. De totstandkoming van je uiterlijk is een optelsom van erfelijke factoren (genen) en milieufactoren. Milieufactoren is de omgeving waarin je bent opgegroeid.
Feces
Ontlasting. Bestaat uit onverteerde voedselresten, dode lichaamscellen, water en heel veel bacteriën.
Families
Groep bestaande uit verschillende geslachten en soorten. Organismen uit één familie hebben onderling veel gemeenschappelijk kenmerken.
Fagocytose

De vernietiging van ziekteverwekkers of andere schadelijke stoffen die het lichaam zijn binnen gekomen door middel van insluiting. Fagocytose wordt uitgevoerd door speciale witte bloedcellen, de fagocyten of macrofagen. De macrofaag fagocyteert de pathogeen en breekt deze met speciale spijsverteringssappen uit de lysosomen af.
Fagocyten

Een type witte bloedcel, de zogenaamde macrofagen, die lichaamsvreemde cellen of fragmenten opruimt door middel van fagocytose (omsluiting). Eenmaal gefagocyteerd wordt de pathogeen verteerd.
Factoren, epigenetische

Een epigenetische factor is een invloed die via het epigenoom de werking van genen beïnvloedt. We kunnen hierbij onderscheid maken tussen gunstige en de ongunstige epigenetische factoren. 1.Gunstige factoren verbeteren de werking van de genen. Voorbeelden zijn voldoende lichaamsbeweging, biologische voeding, een gezond milieu, en een gezonde emotionele gesteldheid. 2.Ongunstige factoren benadelen de werking […]
Externe prikkel
Informatie die het organisme van buiten het lichaam binnen krijgt. Een prikkel voorziet het organisme van informatie over zijn leefomgeving. Het organisme reageert op deze prikkel. een reactie op een prikkel vanuit het milieu noemen we het gedrag van het dier.
Exponentiële groei

Als de populatie snel en altijd met hetzelfde percentage groeit. Bij een populatie die een gebied coloniseert volgt de exponentieële fase na de aanloopfase. Als de populatie de draagkracht van het gebied bereikt zal de groeisnelheid afnemen. De populatie komt na de exponentiële fase in de stationaire fase. Dit is een fase waarbij er evenveel […]