Chromosomenportret

Ook wel een karyogram. Dat is de weergave van de chromosomen (van de mens) nadat ze naar grootte gerangschikt en in (23) paren gegroepeerd zijn.
Chromosomenparen

In een diploïde cel (2n) komen bij de mens de 46 chromosomen voor in 23 paar chromosomen. 23 chromosomen komen van je pa, 23 chromosomen komen van je ma.
Chromosoom

Strak opgewonden DNA rondom histonen (eiwitten). De celkern van de cel bevat alleen chromosomen als de cel zich bevindt in de M-fase van de celcyclus. Eén chromosoom bestaat uit 2 chromatiden. Elk chromatide is een strak opgewonden streng DNA. Chromosomen bevatten de erfelijke eigenschappen van het organisme
Chromatiden

Tijdens de kerndeling verkeren chromosomen in een verdubbelde toestand. Beide chromatiden zitten dan op één plaats aan elkaar (het centromeer). Een chromosoom bestaat in de M-fase uit twee chromatiden.
Cholesterol

Tot de sterolen behorende vetachtige stof, die in de meeste dierlijke weefsels en lichaamsvloeistoffen voorkomt. Cholesterol is een bestanddeel van dierlijke celmembranen. Cholesterol zit in het voedsel, maar wordt door het lichaam zelf ook gemaakt. Om cholesterol te transporteren in het bloed heeft het een shuttle of vervoersmiddel nodig. Er zijn twee shuttles om cholesterol te […]
Chloroplasten

Dit zijn de bladgroenkorrels van de plant die de plant de groene kleur geven. De bladgroenkorrels drijven in het cytoplasma van de cel. In de chloroplasten liggen bordachtige structuren (thylacoïd). Op de membraan van het thylacoïd bevindt zich het chlorofyl dat in staat is energie uit het zonlicht op te vangen. In de chloroplasten vindt de […]
Chlorofyl
Groene bladkleurstof van planten die zich in chloroplasten bevindt. Met behulp van het chlorofyl vangt de plant lichtenergie op. De opgevangen lichtenergie zetten de plant om in chemische energie in een glucose molecuul.
Chemische zuivering
Water wordt d.m.v. chemische middelen gezuiverd.
Chemische vertering

De afbraak van voedingsstoffen tot hun bouwstenen door de spijsverteringsenzymen in de spijsverteringssappen. De stof die door het enzym moet worden afgebroken heet het substraat, wat er ontstaat na afbraak heet het product.
Chemoreceptoren

Zintuigcel die geprikkeld wordt door de verandering in chemische samenstelling van het milieu van de zintuigcel. in de chemoreceptoren worden de prikkels uit het milieu omgezet in impulsen die via sensorische zenuwen (gevoelszenuwen) naar het centraal zenuwstelsel worden vervoerd.