Bacteriën, nitrificerende

De nitriet- en nitraatbacteriën worden samen nitrificerende bacteriën genoemd. Deze bacteriën hebben zuurstof nodig om te kunnen leven. Nitrificerende bacteriën produceren nitraat (NO3–) in een aantal stappen uit organische en anorganische stikstofverbindingen.
Bacteriën, heterotrofe

Heterotrofe bacteriën moeten organische voedingsstoffen opnemen om te kunnen overleven en voor hun energievoorziening. Rottingsbacteriën is een voorbeeld van heterotrofe bacteriën.
Bacteriën, denifitricerende

Bacteriën die in een zuurstofarme bodem leven. Deze bacteriën zetten de in de bodem aanwezige nitraationen (NO3–) om in gasvormige stikstof (N2) die in de lucht verdwijnt en zuurstof die voor een deel door de wortels wordt opgenomen. De stikstofbron is in deze bodem door de denitrificatie voor de planten verloren gegaan.
Bacteriën
Bacteriën zijn eencellig prokaryoot. Hebben geen celkern en functioneren in het ecosysteem als reducent. In de rol van reducent zetten bacteriën organische stoffen om in anorganische stoffen.
Baarmoeder

Inwendig vrouwelijk geslachtsorgaan (een peervormige holle spier), waarin een bevrucht eitje zich nestelt en daar uitgroeit tot een organisme.
Axon

Een zenuwuitloper die een impuls wegleidt van het cellichaam van de zenuwcel.
Autotrofe organismen

Organismen die zelf de organische stoffen produceren die ze nodig hebben uit anorganische stoffen. Dit doen ze met energie afkomstig van zonlicht (foto-autotroof) en/of anorganische stoffen (chemo-autotroof). Groene planten zijn voorbeelden van foto-autotrofe organismen. Ze nemen koolstofdioxide en water op uit het milieu en zetten dit in de bladgroenkorrels met behulp van zonne-energie om in […]
Autosomen

De 22 chromosomenparen die voor zowel de man als de vrouw gelijk zijn. Erfelijke eigenschappen die op deze autosomen liggen noemen we autosomale erfelijke eigenschappen. Erfelijke eigenschappen kunnen ook op het X of Y chromosoom, de zogenaamde geslachtschromosomen, liggen. Een erfelijke eigenschap die op de geslachtschromosomen ligt noemen we een geslachtsgebonden erfelijke eigenschap.
Autonome zenuwstelsel

Het autonome zenuwstelsel regelt vooral de werking van inwendige organen, reguleert veel onbewuste functies. Bestaat uit een orthosympatisch deel en een parasympatisch deel. Het orthosympatisch deel brengt het lichaam in staat van activiteit. Het parasympatisch deel van het autonoom zenuwstelsel zorgt voor herstel van het lichaam.
ATP

Adenosinetrifosfaat. Een ATP-molecuul bevat drie fosfaatgroepen (P). De bindingen van de tweede en de derde fosfaatgroep zijn heel energierijk. Wanneer de derde fosfaatgroep van ATP wordt afgesplitst, ontstaat ADP en komt er energie vrij. ATP ontstaat in de mitochondriën na verbranding van glucose. ATP moleculen zijn de energieaccu’s van de cel. Als de cel energie […]