Antistoffen

Antistoffen zijn eiwitten die door het natuurlijke afweersysteem aangemaakt worden om antigenen te herkennen en te binden. Speciale witte bloedcellen (B-lymfocyten) produceren bij een infectie antistoffen tegen de ziekteverwekker. De ziekteverwekker wordt door de antistoffen onschadelijk gemaakt als de antistoffen binden op de antigenen van de ziekteverwekker.
Antiresus
Een antistof die een persoon die resusnegatief is aanmaakt wanneer hij/zij in contact komt met resuspositief bloed.
Antigeen-presenterende cel (APC)

Een macrofaag die eerst een ziekteverwekker fagocyteerd en vervolgens het lichaamsvreemd antigeen op zijn celmembraan “plakt”. Het op de celmembraan geplakte antigeen wordt vervolgens aangeboden aan andere cellen van het afweersysteem.
Antigeen

Een lichaamsvreemde stof of lichaamsvreemde cel die in staat is een reactie van het afweersysteem op te wekken, waarbij antistoffen worden aangemaakt. Een antigeen is antibody generating. Dit betekent dat het antigeen het afweersysteem (B-lymfocyten) aanzet tot de productie van antistoffen. Antigenen zijn eiwitten op de membranen van de lichaamsvreemde stof of lichaamsvreemde cel. Antistoffen passen […]
Antidiuretisch hormoon (ADH)

Een hormoon dat wordt geproduceerd door de neurosecretoire zenuwcellen van de hypothalamus en afgegeven wordt aan de hypofyse achterkwab. ADH speelt een belangrijke rol bij resorptie van water in de nieren. Alcohol remt de productie van ADH.
Anticonceptiemethoden
Methoden om te voorkomen dat de vrouw zwanger raakt. Vrouwen kunnen hierdoor zelf bepalen of en wanneer ze zwanger worden. Middelen om een zwangerschap te voorkomen zijn de pil, het condoom, sterilisatie en het spiraaltje.
Antibiotica
Stof met bacteriegroeiremmende of bacteriedodende werking.
Antagonisten

Tegenwerkende spieren. Buigende en strekkende spieren zijn antagonisten van elkaar. Antagonisten zijn twee spiergroepen die door samen te werken gezamenlijk een beweging mogelijk maken.
Anorganische stoffen

Chemische stoffen die niet de elementen koolstof (C) en waterstof (H) bevatten. Anorganische stoffen zijn kleine moleculen en bevatten geen energie. Water en koolstofdioxide zijn anorganische stoffen. Glucose en methaan zijn organische stoffen.
Anemie
Bloedarmoede. Het bloed bevat onvoldoende hemoglobine. Door het tekort aan hemoglobine kan er onvoldoende zuurstof naar de cellen, weefsels en organen worden getransporteerd.