Analoge organen
Organen, slechts in functie gelijkwaardig, niet in vorm en ontwikkeling.
Anaeroob
Anaeroob betekent ‘zonder zuurstof plaatsvindend of kunnen leven’. Anaerobe organismen gebruiken geen zuurstof om energie op te wekken. Gistcellen dissimileren glucose in hun mitochondriën tot alcohol en CO2. Deze afbraak zonder zuurstof levert de gistcel energie in de vorm van ATP
Amylase

Enzym dat geproduceerd wordt in de speekselklieren en een deel van het zetmeel in voedsel afbreekt tot maltose.
Ammoniumionen
NH4+, een zwak zuur. Ontstaat in de stikstofkringloop doordat ammoniak (NH3) reageert met bodemwater tot NH4+.
Ammonificatie

Ammonificatie is het proces waarbij een organische stikstofverbindingen zoals DNA, eiwitten of ureum, door heterotrofe rottingsacteriën wordt omgezet in de anorganische stikstofverbinding ammoniak (reageert met water tot ammonium). Ammonificatie vindt plaats in een omgeving zonder zuurstof.
Ammoniak
Kleurloos, scherpriekend gas dat sterk oplosbaar is in water. Ontstaat o.a. bij ammonificatie.
Aminozuren, essentiële

Voor de mens zijn 8 aminozuren essentieel aangezien het lichaam ze niet zelfstandig kan produceren. Deze aminozuren moeten dus met het voedsel worden opgenomen. Isoleucine, leucine, lysine, phentylalanine, threonine, tryptofaan , methionine en valine zijn essentiële aminozuren.
Aminozuren

De belangrijkste bouwstenen van een eiwit. De eiwitten van het lichaam kunne worden opgebouwd uit 20 verschillende aminozuren. Voor de mens zijn 8 aminozuren essentieel aangezien het lichaam ze niet zelfstandig kan produceren. Deze aminozuren moeten dus met het voedsel worden opgenomen.Isoleucine, leucine, lysine, phentylalanine, threonine, tryptofaan , methionine en valine zijn essentiële aminozuren. De volgorde […]
Alvleessap

Sap gevormd door de exocriene kliercellen van de alvleesklier. Wordt afgegeven als de pH in de twaalfvingerige darm laag is. alvleessap zorgt voor de vertering van koolhydraten, vetten en eiwitten.
Alvleesklier

Orgaan van de mens. Bevat zowel endocriene kliercellen (productie hormonen) als exocriene kliercellen (productie spijsverteringssappen). De alvleesklier produceert het spijsverteringsenzym alvleessap, maar ook de hormonen insuline en glucagon. Insuline wordt gemaakt in de betacellen. Glucagon in de alphacellen. Deze twee hormonen houden het bloedsuikerspiegel constant.