Alles-of-niets principe
Zelfs de kleinste prikkels zorgen voor hetzelfde effect als de sterkste prikkel.
Allelfrequentie
Een getal dat aangeeft hoe vaak een allel voorkomt in een populatie. De frequentie van een allel in de populatie wordt aangegeven met een getal tussen 0 en 1. Bij een allelfrequentie van 0 komt het betreffende allel niet voor in de individuen van een populatie. Met een allelfrequentie van 1 bezitten alle organismen in […]
Allelenpaar

Twee allelen die samen voor één erfelijke eigenschap coderen. Je hebt één allel van je ma en één allel van je pa. Een gen (een erfelijke eigenschap) is opgebouwd uit twee allelen.
Allelen, multipele
Als een erfelijke eigenschap (gen) in een populatie niet bepaald wordt door maar twee allelen, maar door meerdere. Bloedgroepen is een voorbeeld van multiple allelie. De bloedgroepen A, B, AB en O worden gecodeerd door de drie allelen IA, IB en i
Allelen

De verschillende varianten die van een gen in een populatie voor kunnen komen. Een gen bestaat altijd uit twee allelen.
Allel

Een allel is een onderdeel van een gen. Eén gen is opgebouwd uit twee allelen. Een gen is een stukje op een chromosoom dat codeert voor een enkele genetische eigenschap.
Algen

Eencellige planten zonder wortel, stengel en bladeren die aan de basis kunnen staan van vele voedselketens en voedselwebben. Algen zij autotroof en vormen met behulp van energie uit het zonlicht hun eigen organische, energierijke stoffen uit CO2 en H2O.
Alcoholgisting

Het ontstaan van alcohol (ethanol) bij anaerobe dissimilatie door gistcellen. De eindproducten van alcoholgisting zijn een organische stof (alcohol) en CO2. Alcoholgisting levert de gistcellen weinig ATP. Zodra er zuurstof in het milieu van de gistcellen komt gaan deze over van anaerobe dissimilatie naar aerobe dissimilatie. De eindproducten aerobe dissimilatie van glucose zijn CO2 en […]
Alcohol
Scheikundige verbinding met hydroxylgroep (OH)
Afweer, specifieke
Gericht tegen één type ziekteverwekker en komt alleen bij gewervelde dieren voor. Specifieke afweer veroorzaakt immuniteit. Specifieke afweer komt tot stand doordat B-cellen antistoffen produceren tegen de ziekteverwekker of T-cellen geïnfecteerde cellen opruimen.