Actieve immunisatie

Aktieveimmunisatie

Actieve immunisatie kan op twee manieren gebeuren. Kunstmatig, door Inenting met een vaccin (dode of verzwakte ziekteverwekker), of natuurlijk, de ziekte doormaken. In beide gevallen wordt het immuunsysteem van de patiënt geactiveerd. De patiënt vormt zelf antistof en geheugencellen tegen de betreffende ziekteverwekker. Na actieve immunisatie is de persoon voor langere tijd immuun (ongevoelig) voor de […]

Actiefase

Ionentransport

Het moment wanneer er door een impuls ionenoverdracht in het celmembraan plaatsvindt. Tijdens de actiefase diffunderen K+ ionen de zenuwcel uit en Na+ ionen de cel in via speciale transportkanalen.  

Actief transport

actieftransport

Bij actief transport worden stoffen tegen hun concentratiegradiënt in via een membraan-eiwit (ATP-pomp) opgenomen in de cel, of afgestaan aan het milieu. Stoffen worden dus opgenomen vanuit een gebied met een lage concentratie naar een gebied met een hoge concentratie van die opgeloste stoffen. Actief transport vereist energie (meestal in de  vorm van ATP) en de tussenkomst […]

Achterste oogkamer

Achterste oogkamer

De kamer die tussen de iris en ooglens ligt en gevuld is met kamerwater.

Achterkwab

Achterkwabhypofyse

Adenohypofyse. Deel van de hypofyse die met axonen(zenuwen) in verbinding staat met de hypothalamus. De adenohypofyse ontvangt zogenaamde neurohormonen van de neurosecretoire cellen van de hypothalamus. Deze speciale zenuwcellen van de hypothalamus geven hun neurohormonen af aan het bloed in de hypofyse achterkwab. De hormonen van de achterkwab worden dus geproduceerd in de zenuwcellen van de […]

Accumulatie

accumulatie

Ophoping van bestrijdingsmiddelen in de organismen van de voedselketen. Wanneer in een voedselketen een bepaalde gifstof niet wordt afgebroken, neemt de giftconcentratie per trofisch niveau (schakel uit de voedselketen) toe. Door deze accumulatie krijgen de toppredatoren uit de voedselketen extreem hoge concentraties bestrijdingsmiddelen in het lichaam en kunnen hieraan sterven.

Accommoderen

accomodatiespier2

Het aanpassen van de bolling van de lens aan de afstand van het voorwerp. Hoe dichterbij een voorwerp is, des te boller wordt de lens. Verwijderd een voorwerp zich van het oog, dan wordt de lens platter.  

Accommodatiespieren

accomodatiespier2

De kringspier rondom de lens die zorgt voor de accommodatie van de lens. De accomodatiespier kan samentrekken en ontspannen. Hierdoor wordt de les boller of platter. Door het boller en platter worden van de lens kan je op verschillende afstanden scherp zien.    

Acceptor (elektronen)

Electronenacceptor

Stof die elektronen ontvangt. Leven op aarde is ontstaan doordat stoffen elektronen afstaan en andere stoffen graag deze elektronen weer willen opnemen. Bij deze overdracht van elektronen komt de noodzakelijke energie vrij die organismen nodig hebben voor de opbouw van grote organische moleculen (zoals DNA, of glucose).     

ABO-systeem

Bloedgroepen

Een systeem om bloedgroepen in te delen. Het ABO- systeem onderscheidt bloedgroep A, B, AB en O. Bloedgroepen worden bepaald door de antigenen op de membraan van de rode bloedcellen. Iemand met antigen A op de membraan van de rode bloedcellen heeft bloedgroep A. Iemand met antigen B heeft bloedgroep B. Iemand met de antigenen […]