Reflex

Reflex

Een vaste, snelle, onbewuste reactie op een bepaalde prikkel. Reflexen verlopen via een vaste reflexboog van zintuigcel (receptor), sensorische zenuw, schakelcel, motorische zenuw en effector (spier of klier). Bij reflexbewegingen zijn niet de grote hersenen betrokken.

Reducenten

reducenten

De bacteriën en schimmels. Voeden zich door de overgebleven dode resten van organische materiaal. De reducenten zetten organische stoffen om in anorganische stoffen die weer kunnen worden opgenomen door de groene planten in het ecosysteem. Reducenten worden bij hun taak geholpen door de afvaleters. De insecten die in de bodem leven. Deze “knippen” dode organismen […]

Recombinatie

Recombineren

Recombinatie is de herschikking van allelen, waardoor twee ouders een nakomeling kunnen krijgen met unieke chromosomen, die een unieke combinatie van (hun) erfelijke eigenschappen bevatten. In de profase van de mitose voeren de homologe chromosomen een “dans” uit. Tijdens deze dans worden stukken chromosoom tussen de chromosomen onderling uitgewisseld.

Recessief

Recessief

Een erfelijke eigenschap (allel) die niet in het fenotype (uiterlijk) tot uiting komt, omdat hij overheerst wordt door een dominant allel. Recessieve allelen komen alleen tot uiting als ze in het genotype niet worden onderdrukt door dominante allelen.    

Receptor eiwit

Receptoreiwitten3

Eiwitten op de membraan van de cel. Vaak met suikerketens. Receptoreiwitten zijn gevoelig voor stoffen (signalen) van buiten de cel. Hormonen, toxines (gifstoffen) en ziekteverwekkers kunnen binden aan de receptor eiwitten. Receptoren kunnen signalen van binnen of buiten de cel doorgeven. Wanneer een signaalmolecuul aan een receptor bindt, kan de receptor een reactie van de cel […]

Receptoren

Receptor

Receptoren zijn eiwitten in het celmembraan, het cytoplasma of de celkern, waaraan een specifiek molecuul kan binden. Receptoren kunnen signalen van buiten de cel doorgeven. Wanneer een signaalmolecuul aan een receptor bindt, kan de receptor een reactie in de cel op gang brengen (cellulaire respons). Denk aan de productie van een eiwit. Zintuigcellen zijn ook receptoren […]

Prostaat

Prostaat

De klier tussen de blaas en het begin van de urinebuis bij de man. Deze klier voegt samen met de zaadblaasjes vocht toe aan de zaadcellen. Zaadcellen met vocht van de zaadblaasjes en de prostaat noemen we sperma.

Pupilreflex

Pupilreflex

Een regelmechanisme voor de lichtinval in het oog. Door middel van de straalsgewijs lopende (radiale) spieren voor de pupilvergroting en de kringspier voor de pupilverkleining. De motorische zenuwen die de pupilreflex aansturen staan onder invloed van het autonome zenuwstelsel.

Pupil

Pupilreflex

Een opening in de iris van het oog, waar het licht door naarbinnen valt. De pupil kan verwijden en vernauwen en daarmee de hoeveelheid licht dat het oog binnenkomt reguleren. 

Puntmutatie

Puntmutatie

Mutatie waarbij één nucleotide van de DNA-sequentie wordt vervangen door één andere nucleotide. Puntmutaties kunnen een positief, negatief of neutraal effect hebben op het te produceren eiwit.