Protocol

Protocol

Een protocol is een tabel met waargenomen gedragselementen over een bepaalde tijd. In een protocol worden de afkortingen van de gedragselementen uit het ethogram ingeschreven. Om een betrouwbaar beeld te krijgen van het gedrag van het dier worden er meerdere protocollen gemaakt. Per protocol moeten minimaal 60 gedragselementen worden geïnventariseerd.  

Protisten

Protisten

Een restgroep van de eencellige eukaryoten (cellen met een celkern) die niet goed in te delen zijn bij planten, dieren of schimmels.

Prokaryoot

Procaryoot

Bacteriën en archaea zijn procaryoten. Meestal zijn prokaryoten heterotroof. De meeste hebben slechts één kringvormig chromosoom dat los in het cytoplasma drijft. Prokaryoten kenmerken zich door de afwezigheid van een celkern en door de afwezigheid van membraan omgeven organellen.

Proefondervindelijk leren

Leren door ervaringen die opgedaan worden door het uitvoeren van bepaald gedrag. Dit noemen we ook wel leren door ‘trial and error’.

Bruto productie

BrutoProductie

Alle (zonne)energie die in een ecosysteem door producenten wordt vastgelegd in biomassa (organische stof zoals glucose), noemen we de bruto-productie van een ecosysteem. Planten zetten maat 5 tot 10 procent van de zonne-energie die de aarde bereikt om in organische stof. De resterende 90% tot 95% van de zonne-energie wordt niet door de groene planten opgenomen.

Productie (bruto)

BrutoProductie

Alle (zonne)energie die in een ecosysteem door producenten wordt vastgelegd in biomassa (organische stof zoals glucose), noemen we de bruto-productie van een ecosysteem. Planten zetten maar 5 tot 10 procent van de zonne-energie die de aarde bereikt om in organische stof. De resterende 90% tot 95% van de zonne-energie wordt niet door de groene planten opgenomen.

Probleemstelling

Een ander woord voor de onderzoeksvraag. Het is een vraag of een probleemstelling die je kunt beantwoorden met een experiment. Een goede vraagstelling is niet met ja of nee te beantwoorden.  

Primaire geslachtskenmerken

Primairegeslachtskenmerekn

De kenmerken van een geslacht die direct bij de geboorte al zichtbaar zijn, zoals de penis bij jongens en de schaamlippen en de baarmoeder bij meisjes. De secundaire geslachtskenmerken gaan zich ontwikkelen vanaf de puberteit

Prikkels

Prikkels

Een prikkel is een invloed uit het milieu op een organisme. Bekende prikkels zijn: lichtprikkels, geluidsprikkels, warmte- en koude prikkels, smaak- en geurprikkels. Prikkels worden opgevangen door zintuigcellen die zich vaak in zintuigen bevinden. Als reactie op prikkels uit het milieu vertonen organismen gedrag.  

Prikkeldrempel

Prikkeldrempel

De prikkel moet boven een bepaalde sterkte uitkomen om de zintuigcellen voldoende te prikkelen en een impuls te doen ontstaan. Zintuigcellen met een hoge prikkeldrempel zijn relatief ongevoelig voor de prikkel. Zintuigcellen met een lage prikkeldrempel zijn zeer gevoelig voor de bepaalde prikkel.