Predatie

Predatie

Het eten van dieren. De predator jaagt op zijn prooi, doodt zijn prooi en eet de prooi vervolgens op. Een predator moet meerdere prooien eten om in leven te blijven.

p.p.m

Aantal deeltjes van een bepaalde stof in vergelijking tot een miljoen deeltjes waar deze stof zich in bevindt. Parts per million. Maat voor de concentratie van stoffen opgelost in water of een gas.

Positieve terugkoppeling

positievefeedbackII

Ook wel positieve feedback. Een toename van het resultaat, versterkt het proces. Stel je hebt in de bloedbaan hormoon X met een concentratie van 0,001 gram per liter bloed. Deze concentratie wordt door zintuigcellen waargenomen. Vanuit de zintuigcellen gaat er een impuls naar het regelcentrum in het centrale zenuwstelsel. Daar wordt de gemeten concentratie vergeleken […]

Positieve lenzen

Positievelens

Ook wel de bolle lenzen. Deze lenzen bundelen (convergeren) het licht. Positieve lenzen worden gebruikt bij mensen wiens ooglens niet meer bol genoeg kan worden en dus niet meer van dichtbij scherp kunnen zien.  Mensen die een bril dragen met bolle glazen zijn verziend.

Porie-eiwitten

Porieeiwitten

Eiwitten in de membraan van de cel. Porie-eiwitten kunnen selectief stoffen de cel inlaten die niet door de fosfolipenlaag van de celmembraan heen kunnen.    Denk aan ionen en grote polaire moleculen.

Populatiegroei

Populatiegroei

Wanneer er een soort in een nieuw gebied komt en hier weet te overleven, ontstaat hier een nieuwe populatie. Hierdoor heb je dus populatiegroei. Snel groeiende populaties hebben een J-vormige groeicurve. langzaam groeiende populaties hebben een S-vormige groeicurve.

Populatiedichtheid

De grootte van een populatie wordt meestal weergeven als de populatiedichtheid. De populatiedichtheid is het gemiddelde aantal individuen per oppervlakte-eenheid op een land of per volume-eenheid in het water.

Populatie

Populaties

Een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die samen een voorplantingsgemeenschap vormen. Met andere woorden: de individuen uit één populatie hebben interactie met elkaar en beconcurreren elkaar om vrouwtjes/mannetjes, voedsel, nestgelegenheid, ruimte, licht, enz.    

Plastiden

Plastiden

Er zijn chloroplasten, chromoplasten en amyloplasten. Plastiden zijn korrelvormig celorganellen die uitsluitend in plantaardige cellen voorkomen. In de chloroplasten geven de groene kleur aan de plant. In de chloroplasten vindt  de fotosynthese plaats. De chromoplasten bevatten pigmenten en geven kleur aan bloemen en vruchten. Amyloplasten  bevatten zetmeel als reservestof.

Plasmolyse

Plasmolyse

Wanneer een cel hypotoon is ten opzichte van het milieu geeft de cel veel water af. Geen enkel deel van het cytoplasme raakt de celwand. De cel is slap. De plant heeft geen stevigheid meer als de cellen in plasmolyse verkeren. De cellen zijn dan uitgedroogd.