Plasmiden

Kringvormige chromosomen die los in het cytoplasma liggen. De plasmiden komen alleen bij bacteriën voor.
Plasmagroei

De toename / groei van het cytoplasma in de dierlijke cel. Plasmagroei vindt plaats in de G1-fase van de celcyclus wanneer een pas ontstane dochtercel moet groeien. Plantaardige cellen groeien door plasmagroei en celstrekking.
Planten
Organismen met celwanden en in de cellen chloroplasten. Planten zijn autotroof, dus kunnen ze zich voeden zonder een ander organisme daarvoor nodig te hebben. Planten zijn foto-autotroof. Ze halen de benodigde energie voor de productie van organische stoffen uit anorganische stoffen uit het zonlicht.
Placenta

Ook wel moederkoek. De placenta is een speciaal orgaan waar uitwisseling van stoffen tussen bloed van moeder en bloed embryo plaatsvindt. Hoewel er uitwisseling plaatsvindt, zijn de bloedvaten en dus ook het bloed van moeder en kind in de placenta van elkaar gescheiden. Uitwisseling van gassen en opgeloste stoffen (voedsel en afvalstoffen) vindt plaats door diffusie. […]
Piramide van biomassa

Een grafische weergave van de biomassa van elke schakel uit de voedselketen (trofisch niveau). Deze piramide heeft altijd een piramidevorm omdat er per trofisch niveau energie verloren gaat uit de voedselketen. Uitstroom van energie uit de voedselketen wordt veroorzaakt door dissimilatie in het organisme, onverteerde delen of (delen van) organismen die niet gegeten worden en […]
Piramide van aantallen

Een grafische weergave van de aantallen individuen per schakel in de voedselketen (trofisch niveau). Deze piramide heeft niet altijd een piramidevorm.
Pionierecosysteem

Een ecosysteem met soorten die als eerste op een nog niet bewoond gebied kunnen leven. Pioniersvegetatie kenmerkt zich door een snelle levenscyclus van één jaar, weinig bovengrondse delen en een enorme zaadproductie. Pioniervegetaties hebben brede tolerantiegrenzen om de dynamiek in het pioniersecosysteem te kunnen weerstaan.
Pijnreceptoren

Bevinden zich in het gehele lichaam en dus ook in de huid. Er ontstaat een impuls in deze receptoren door extreme druk, door extreme temperaturen of door chemische stoffen die vrijkomen bij beschadiging of ontsteking van weefsel.
Pigmentcellen

Een korrelachtige laag van het netvlies. Deze laag ligt tegen het vaatvlies aan. Door het pigment wordt het licht geabsorbeerd dat niet door de staafjes of kegeltjes wordt geabsorbeerd. De pigmentcellen voorkomen reflectie van licht in het oog en overbelichting van de zintuigcellen.
pH

Zuurgraad van een oplossing. Een oplossing kan zuur zijn (pH=1), basisch (pH=14) of neutraal (pH=7). De zuurgraad van een oplossing wordt veroorzaakt door de hoeveelheid H+-ionen in de oplossing.