Nabootsing

Ook wel imitatie van gedrag van andere organismen. Wanneer dieren leren door het gedrag van soortgenoten na te doen.
Naaktzadigen

Een kenmerk onder de planten. Bij naaktzadigen zitten de zaden tussen de schubben van kegels (bijv. dennenappels). De bladeren van naaktzadigen zijn meestal naaldvormig of schubvormig.
n

Hiermee wordt het aantal verschillende chromosomen in een haploïde cel (geslachtscel) aangegeven. Een haploïde cel bevat maar één van de twee chromosomen van het chromosomenpaar (homologe chromosomen).
Myosine

Een eiwit in de spieren. Myosine zorgt in samenwerking met actine voor de samentrekking in de spieren. De verschillen in overlap van deze filamenten veroorzaakt het dwarsgestreepte patroon bij de skeletspieren.
Myelineschede

Een soort laagje om de uitlopers van motorische- en sensorische zenuwcellen. Dit laagje noemen we de myelineschede. Deze beschermt de zenuwcel. De myelineschede wordt gevormd door een bepaalde cel: de cel van Schwann.
Mutualisme

Samenlevingsvorm (symbiose) waarbij twee verschillende organismen voordeel hebben aan elkaar. Bijv. de bittervoorn met de zoetwatermossel. De paaitijd van de bittervoorn begint in april en duurt tot eind juni. De soort is voor de voortplanting afhankelijk van zoetwatermosselen. Hierin zet het vrouwtje met haar legbuis de eieren af. De eieren en embryo’s komen […]
Mutatie

Plotselinge verandering in het DNA van een organisme. Ontstaan door een ‘overschrijffout’ in de S-fase van de celcyclus of door een fout in de chromosoomverdeling tijdens de m-fase. Er zijn negatieve, positieve en neutrale mutaties. Door een positieve mutatie kan een individu beter zijn aangepast aan zijn milieu. Door een negatieve slechter en een neutrale […]
Mutagene stoffen
Stoffen die mutaties in het DNA veroorzaken. Mutaties zijn spontane, ongewenste veranderingen in het DNA van de cel. Mutaties kunnen diverse invloeden hebben op de werking van het gen waar de mutatie in zit. Mutaties kunnen soms geen enkele invloed hebben op het gen. Zo’n mutatie heet een stille mutatie. Mutaties kunnen ervoor zorgen dat […]
Multiple allelen

Als er van een gen of erfelijk kenmerk meer dan twee varianten of allelen voorkomen in de populatie, dan spreekt men van multiple allelen. Een voorbeeld is de bloedgroep van de mens. Het A-,B-,AB- en O- bloedgroepensysteem komt tot stand door de allelen IA, IB en i.
Motivatie

De inwendige bereidheid om bepaalde gedragshandelingen uit te voeren. Diergedrag komt tot stand onder invloed van inwendige prikkels (motivatie) en uitwendige prikkels.