Transport

In dit thema leer je hoe opgenomen voedingsstoffen, afvalstoffen en gassen worden getransporteerd door het organisme.

 

De bloeddruk is de druk van het bloed op de wand van de bloedvaten. Elke keer als de kamers van het hart samentrekken wordt er met veel kracht 100 ml bloed de grote en de kleine bloedsomloop in geperst. De bloeddruk die wij in onze armen met een bloeddrukmeter kunnen meten is de bloeddruk die veroorzaakt wordt door het samentrekken van de linker kamer. De rechter kamer pompt namenlijk bloed via de longslagader de kleine bloedsomloop in. De linker kamer pompt het bloed de grote bloedsomloop in. Op plekken waar de slagaders relatief dicht bij het oppervlakte lopen kan je de bloeddruk meten. Er is een onderdruk en een bovendruk. De bovendruk is de druk van het bloed op de wand van de bloedvaten op het moment dat de kamers zich samentrekken. Bij een kamersystole wordt er bloed met veel kracht de bloedbaan in gepomt. Deze "bloedprop" doet de wanden van de bloedvaten extra uitrekken. Deze "bloedprop" veroorzaakt de bovendruk. Ook als het hart in rust is stroomt er bloed door de bloedvaten. De druk die het bloed nu uitoefent op de wanden van de bloedvaten is een stuk lager. De druk van het bloed op het moment dat het hart in rust is noemen we de onderdruk.

bloeddrukenhart De bloeddruk wordt beïnvloedt door de hoeveelheid ruimte die het bloed in de bloedvaten heeft. Als diameter van de bloedvaten groot is zal het bloed weinig weerstand ondervinden van de wanden van de bloedvaten. De bloeddruk is dan relatief laag. Is de diameter van de bloedvaten klein, dan zal de bloeddruk in het betreffende bloedvat relatief hoog zijn.  Onze leefstijl heeft invloed op de diamers van de bloedvaten en dus op de bloeddruk. Door stress kunnen de spieren die in de wanden van de bloedvaten liggen zich samentrekken. Hierdoor wordt de diameter van de bloedvaten verkleint. Dit zorgt voor een hoge bloeddruk. Ook afzettingen van vet tegen de wanden van de bloedvaten heeft een negatieve invloed op de diameter van de bloedvaten. Deze vetafzettingen tegen de wanden van de bloedvaten noemen we aderverkalking. Aderverkalking, ten gevolge van een ongezonde leefstijl, zorgt ook voor het verhogen van de bloeddruk. Des te hoger de druk van het bloed, des te groter de kans dat de wand van een bloedvat de druk van het bloed niet kan weerstaan en scheurt. 

Bloeddruk na aderverkalking

Hogebloeddruk

De bloeddruk in de bloedvaten mag niet al te laag zijn. De bloeddruk zorgt er namelijk voor dat het bloed zich met een bepaalde snelheid door de bloedbaan verplaatst. Een goede bovendruk ligt rond de 120 mm Hg. Door leefstijlziektes, of onder invloed van erfelijke factoren kan de bovendruk hoger worden dan gewenst. De onderdruk moet liggen rond de 80 mm Hg. Wordt de onderdruk te laag dan heeft dat invloed op de stroomsnelheid van het bloed in de verschillende bloedvaten. Door een te lage bloeddruk kan de zuurstofvoorziening  van de organen een probleem worden.

De bloeddruk meten

De meest gebruikelijke manier om de bloeddruk te meten is het meten met een kwikbloeddrukmeter of een veermanometer. Deze is door middel van een rubberen slangetje aangesloten op een manchet die om de bovenarm van de te onderzoeken persoon wordt gedaan. De manchet wordt dan via het slangetje opgepompt totdat door de druk in de manchet de slagaders onder de manchet volledig dichtgedrukt zijn. De polsslag kan dan niet meer gevoeld worden.Met behulp van de stethoscoop in de elleboogplooi wordt geluisterd naar de zogenoemde Korotkow-tonen. Dat zijn de tonen die ontstaan als het bloed door de slagaders wordt gepompt. Met behulp van de stethoscoop kan dan een kloppend geluid gehoord worden. Korotkow was een Russische arts die dit fenomeen voor het eerst ontdekte.

bloeddrukmeten

Op het moment dat de druk in de manchet hoger is dan de bovendruk in de slagaders kan er geen bloed door de armslagaders stromen. Er zijn op dat moment dus geen Korotkow-tonen hoorbaar. Dat verandert als de onderzoeker heel langzaam wat lucht uit de manchet laat weglopen, waardoor de druk in de manchet langzaam afneemt. Zodra de druk in de manchet iets lager is geworden dan de bovendruk in de slagaders, kan er een beetje bloed door de vernauwing in de armslagaders gaan stromen. Op dat moment worden de Korotkow-tonen met de stethoscoop hoorbaar. De druk waarbij de Korotkow-tonen voor het eerst gehoord worden, staat gelijk aan de bovendruk (de systolische waarde), deze wordt afgelezen en genoteerd.Zolang de druk in de manchet hoger blijft dan de onderdruk blijven de Korotkow-tonen hoorbaar. Pas wanneer er zoveel lucht uit de manchet is weggelopen dat de druk lager wordt dan de onderdruk in de armslagaders, kan het bloed er weer vrij doorheen stromen en zijn er dus geen Korotkow-tonen meer hoorbaar. Het moment dat de tonen verdwijnen, noteren we als de onderdruk (de diastolische waarde). De meting van de bloeddruk levert dus altijd twee waarden op: de boven- en de onderdruk. Beide worden achterelkaar, met een plat of schuin streepje ertussen, opgeschreven, bijvoorbeeld 140-75 of 140/75 mm (millimeters) Hg (kwikdruk).

De tegendruk van de bloedvatwanden.

De dikte van de wanden van de diverse bloedvaten verschillen onderling erg. Slagaders hebben een extreem gespierde wand. Aders hebben een wand die veel minder gespierd is en haarvaten hebben helemaal geen spierlaag rondom de bloedvaten. De dikke wand van de slagaders kan veel weerstand bieden tegen een "bloedprop" die door de kamers de bloedsomloop in wordt geperst. Door de tegendruk van de bloedvatwand loopt de bloeddruk in de slagaders hoog op. Aders hebben een minder gespierde wand dan de slagaders. De wanden van de slagaders kunnen dus ook minder weerstand bieden tegen het bloed wat door de aderen stroomt. De bloeddruk in de aderen is onderandere daardoor niet erg hoog. Een visualisatie van de relatie tussen druk en weerstand is hieronder grafisch weergegeven. Doordat de diverse materialen zich moeilijker of makkelijker laten uitrekken is er meer of minder druk nodig om ze op te blazen. 

drukenwederdruk

 Er is een relatie tussen de bloeddruk in de bloedvaten, de stroomsnelheid van het bloed in de bloedvaten en de diameter van de bloedvaten. Stel per minuut moet er door een bloedvat 5 liter bloed stromen. Als de diameter van het bloedvat groot is zal het bloed makkelijk door het bloedvat heen kunnen stromen, en weinig druk op de wand van het bloedvat uitoefenen. De stroomsnelheid van het bloed zal laag zijn. De bloeddruk zal in een bloedvat met een grote diameter ook laag zijn. Als de diameter van het bloedvat klein is zal het bloed moeilijk door het bloedvat heen kunnen stromen, en veel druk op de wand van het bloedvat uitoefenen. De stroomsnelheid van het bloed zal in een bloedvat met een kleine diameter hoog zijn. De bloeddruk zal in een bloedvat met een grote diameter ook hoog zijn. Het principe van stroomsnelheid, druk en diameter is bekent. Als je met een tuinslang de plantjes aan het sproeien bent. Zodra de plantjes verder weg staan is het handig het uiteinde van de slang dicht te knijpen. Hierdoor verklein je de diameter van de slang. Als gevolg daarvan loopt de druk in de slang op. De snelheid van de waterstroom neemt ook toe. Hierdoor kan je verder weg gelegen plantjes netjes besproeien.

diameterenbloeddruk

 

Hoe je de bloeddruk meet is te zien in de onderstaande video.