Uitscheiding

In dit thema leer je hoe overtollige en schadelijke stoffen met behulp van lever en nieren worden afgevoerd uit het lichaam.

 

De lever (les nog "under construction")

De lever is één van de belangrijkste organen in ons lichaam. De lever is een massief, groot inwendig orgaan en kan bij een volwassen persoon zo’n 1,5 kilo wegen. Hij ligt rechtsboven in de buikholte naast de maag. De bovenkant ligt tegen het middenrif aan. De lever bestaat uit twee delen, de zogenaamde linker- en rechterleverkwab.

Bloedvaten van de lever

Per minuut stroomt er ongeveer 1,5 liter bloed door de lever heen. De lever ontvangt bloed vanuit de leverslagader en de leverader. Het bloed stroomt weg uit de lever via de leverslagader. Via de poortader wordt zuurstofarm bloed aangevoerd dat afkomstig is uit de darmen, maag en uit de milt. Dit bloed bevat voedingsstoffen die uit het voedsel zijn gehaald. De levercellen ontvangen zelf zuurstofrijkbloed met voedingsstoffen via de leverslagader. In de lever mengt het zuurstofrijke bloed van de leverslagader zich met het zuurstofarme bloed uit de leverader. Door de cellen van de lever wordt het binnenstromende bloed gezuiverd. Stoffen waar het lichaam geen behoefte aan heeft worden in de lever opgeslagen, of omgebouwd in stoffen waar het lichaam wel behoefte aan heeft. De lever speelt een rol bij 600 verschillende metabole (scheikundige) processen in het lichaam. Een aantal van deze scheikundige reacties wordt hieronder besproken.

Eiwitten

Er worden ongeveer 2 miljoen rode bloedcellen per seconde afgebroken in de lever (en in het rode beenmerg gevormd). Eigenlijk is het afbreken van cellen zonde van het materiaal. Het is daarom niet verwonderlijk dat het lichaam zuinig omspringt met de stoffen die vrijkomen bij de afbraak. In de lever zit een bijzonder mooi systeem van hergebruik van stoffen. De eiwitten die uit de dode cellen komen, bestaan uit aminozuren die opnieuw kunnen worden gebruikt. Rode bloedcellen zitten vol met het rood gekleurde eiwit hemoglobine. De lever breekt het hemoglobine af tot bilirubine en ijzer. Het gele bilirubine, een giftige stof, vormt het belangrijkste bestanddeel van het door de lever gevormde gal. Met de gal worden dus veel schadelijke stoffen afgegeven aan de voedselbrij in de twaalfvingerige darm. Gal zorgt in het spijsverteringsstelsel voor het emulgeren van vetten. Niet alle gal verlaat het lichaam met de ontlasting. Een deel van het gereproduceerde gal wordt weer opgenomen in de bloedbaan en in de lever opnieuw gebruikt. 

Levermet juiste bloedvaten en rode bloedcel voor de mavo 

Glucose

Glucose wordt uit de darmen opgenomen en via de poortader naar de lever getransporteerd. Als het lichaam geen behoefte heeft aan glucose dan kan de lever glucose omzetten in glycogeen. De omzetting van glucose naar glycogeen heet glycogenese. Genese betekent geboren worden. Glyco komt van glycogeen. Glycogenese betekent dus eigenlijk; het geboren worden van glycogeen. Is er geen plek meer voor glycogeen in de levercellen, dan kan de lever glucose omzetten in vet. Het omzetten van glucose in vetten heet lipogenese. Lipo betekent vet. Lipogenese betekent dus; het geboren worden van vet. Het geproduceerde vet wordt via het bloed getransporteerd en kan worden opgeslagen onder de huid, rond de organen, of in de bloedvaten (aderverkalking). Glucose wordt in de cellen van de lever natuurlijk ook gewoon verbrand. Gedissimileerd. Bij deze verbranding ontstaat ATP. Dit ATP kunnen de levercellen onderandere gebruiken voor alle energie kostende scheikundige reacties. 

Daalt de bloedsuikerspiegel en heeft het lichaam weer behoefte aan glucose, dan kan de lever glycogeen weer omzetten in glucose. Dit gebeurt in de gluconeogenese. Gluco staat voor glucose. Neogenese betekent opnieuw geboren worden. In de gluconeogenese wordt glucose dus opnieuw geboren.

Vetten

Leverziekten

Leverafwijkingen2

Leververvetting is een stapeling van vet in de lever. De lever speelt een belangrijke rol bij de vetstofwisseling. Als er iets mis gaat in die vetstofwisseling, kan de lever steeds meer vet gaan opslaan in de levercellen. Met het vet worden van de lever als gevolg. Leververvetting is de meest voorkomende aandoening aan de lever in de westerse wereld. Door een ongezonde voeding en leefstijl (teveel en te vet eten en te weinig bewegen) raakt de vetstofwisseling in het lichaam verstoort en hoopt vet zich op in de buikorganen, waaronder de lever. Leververvetting kan (gedeeltelijk) herstellen als mensen afstand nemen van hun ongezonde leefstijl en minder gaan eten en drinken en meer gaan bewegen. Als er niets wordt gedaan, zal de lever steeds verder vervetten. Leververvetting kan leiden tot ontstekingen van delen van de lever. Deze ontstekingen kunnen littekenvorming in de lever veroorzaken en uiteindelijk leiden tot levercirrose. Bij levercirrose is er ernstige schade aan de lever. 

Leverschade2

Bij levercirrose sterven de levercellen en leverlobjes af en worden vervangen door littekenweefsel. Doordat er steeds minder levercellen overblijven kan de lever steeds moeilijker zijn functies vervullen. Om het functieverlies van de lever te compenseren, gaan de gezonde levercellen zich delen. Bij beginnende levercirrose kan de lever daardoor eerst groter worden. In een later stadium wordt de lever juist weer kleiner.

Levercirrose